SER
Energieakkoord

Terug naar domeinen »

Waar gaat het om

De warmtevraag is redelijk stabiel. Het gaat om ongeveer 36 procent van de ingezette primaire energie. Technisch is er nog veel te besparen. Zowel bij de industrie, waar het gaat om hoge temperaturen, als in de gebouwde omgeving. Daar gaat het om lagere temperaturen. Ook is er veel mogelijk met hernieuwbare energie. Vaak zijn de oplossingen lokaal. Het kunnen collectieve, maar ook individuele toepassingen zijn. Dan gaat het om diverse bronnen zoals groen gas, waterstof, biomassa, bodemenergie, zonnewarmte, omgevingswarmte. Ook restwarmte kan een nuttige bijdrage leveren.

Ambitie

Een groot deel van ons energiegebruik bestaat uit warmte. Hier valt nog veel te besparen. Restwarmte kan op korte termijn worden benut. Het aanbod van hernieuwbare warmte kan sterk groeien. Duurzame warmte is van belang voor het realiseren van de hernieuwbare energie- en energiebesparingsdoelen 2020 en voor de daaropvolgende transitiestappen.
Tegelijk biedt de aanpak om te besparen in de Nederlandse industrie kansen om met nieuwe technologie de concurrentiepositie te versterken.

Aanpak

  • In diverse domeinen van het Energieakkoord wordt gewerkt aan het realiseren van het duurzame warmtepotentieel in Nederland. Ook de uitvoering van Europese richtlijnen is hierbij van belang.
  • In het intensiveringspakket van mei 2016 zijn de geothermieaanpak en de provinciale warmteplannen opgenomen. Veel projecten moeten lokaal worden ingepast. Daarbij is een afweging op regionaal niveau binnen landelijke kaders belangrijk.
  • Daarvoor is de Energieagenda en de uitwerking van de transitiepaden hoge- en lagetemperatuurwarmte van belang.
  • De Warmtetafel vertaalt sinds 2016 de warmtevisie naar regelgeving, implementatie en concrete projecten.